
Zeolieten hebben een enorm soortelijk oppervlak (400-700 m²/g). Als we de ruimtelijke structuur bekijken, dan loopt door het kristalrooster een netwerk van minuscule poriën en kanalen (vergelijk het met gatenkaas). Ieder soort zeoliet heeft zijn eigen, karakteristieke, breedte van deze kanalen. Dank zij de vorm en de grootte van de poriën in de diverse zeolieten, kunnen bepaalde moleculen wel in de kanalen doordringen, en andere niet.